Voorzieningenrechter Maastricht 25 november 2011 (virtuele trombosedienst), LJN BU5864
Eiser is een zorgaanbieder die onder de naam “De Nationale Trombose Dienst” (NTD) trombose zelfzorg aanbiedt aan trombosepatiënten. Zij biedt deze dienst in heel Nederland aan, waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van moderne communicatiemiddelen, zoals internet, email en sms. Daaronder vallen ook e-learning en e-certificering. Indien daar aanleiding toe is, bestaat er persoonlijk contact tussen de patiënt en een medewerker van NTD. NTD heeft mailing gestuurd naar patiënten die anti-stollingsmiddelen gebruiken. Als reactie daarop hebben de trombosedienst een mailing aan hun patiënten gestuurd, die onderwerp is van dit geschil. Een (re-actieve) reclame-uiting die slechts bedoeld is om de eigen “klanten” ervan te weerhouden over te stappen naar een “concurrent” welke hen ongevraagd en indringend heeft benaderd over een zwaarwegend belang als de eigen gezondheid, onder het – op zo niet in de zin van art. 6:194a BW onrechtmatige dan toch ten minste discutabele wijze – schetsen van allerhande voordelen van overstap, moet uiteraard anders – milder – worden beoordeeld dan de (pro-actieve) reclame-uiting van die concurrent. Kennelijk, en in het licht van voorgaande overweging begrijpelijk, hebben de trombosediensten zich mede in het belang van (een goede voorlichting aan en behandeling van) hun patiënten, welk belang zij zich – terecht – aantrekken, genoodzaakt gevoeld tot verzending van de gewraakte mailing om daarmee de bij hun patiënten veroorzaakte onduidelijkheid en ongerustheid naar aanleiding van de mailing van NTD weg te nemen. Dit neemt niet weg dat de trombosediensten hierbij de door artikel 6:194a BW gestelde grenzen in acht dienden te nemen. I.c. zijn die grenzen (vrijwel) in acht genomen, en is de mailing ook niet onrechtmatig.
Eiser is een zorgaanbieder die onder de naam “De Nationale Trombose Dienst” (NTD) trombose zelfzorg aanbiedt aan trombosepatiënten. Zij biedt deze dienst in heel Nederland aan, waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van moderne communicatiemiddelen, zoals internet, email en sms. Daaronder vallen ook e-learning en e-certificering. Indien daar aanleiding toe is, bestaat er persoonlijk contact tussen de patiënt en een medewerker van NTD.
NTD heeft mailing gestuurd naar patiënten die anti-stollingsmiddelen gebruiken. Als reactie daarop hebben de trombosedienst een mailing aan hun patiënten gestuurd, die onderwerp is van dit geschil.
Een (re-actieve) reclame-uiting die slechts bedoeld is om de eigen “klanten” ervan te weerhouden over te stappen naar een “concurrent” welke hen ongevraagd en indringend heeft benaderd over een zwaarwegend belang als de eigen gezondheid, onder het – op zo niet in de zin van art. 6:194a BW onrechtmatige dan toch ten minste discutabele wijze – schetsen van allerhande voordelen van overstap, moet uiteraard anders – milder – worden beoordeeld dan de (pro-actieve) reclame-uiting van die concurrent. Kennelijk, en in het licht van voorgaande overweging begrijpelijk, hebben de trombosediensten zich mede in het belang van (een goede voorlichting aan en behandeling van) hun patiënten, welk belang zij zich – terecht – aantrekken, genoodzaakt gevoeld tot verzending van de gewraakte mailing om daarmee de bij hun patiënten veroorzaakte onduidelijkheid en ongerustheid naar aanleiding van de mailing van NTD weg te nemen. Dit neemt niet weg dat de trombosediensten hierbij de door artikel 6:194a BW gestelde grenzen in acht dienden te nemen.
I.c. zijn die grenzen (vrijwel) in acht genomen, en is de mailing ook niet onrechtmatig.